OEFENINGEN
Pass oefeningen voetbal: 8 pass- en trapvormen voor je training
Passen en aannemen komen in elke wedstrijd honderden keren terug. Met pass- en trapvormen train je die handelingen met veel herhaling: elke speler raakt de bal tientallen keren per oefening. Hieronder vind je acht pass oefeningen, van passen in tweetallen voor de jongste pupillen tot vormen met kaatsen, diepte en de lange bal.
Pass- en trapvormen: wat train je ermee?
Een pass- en trapvorm is een oefening zonder tegenstander waarin spelers volgens een vast patroon passen, aannemen en meelopen. Door de vaste route kun je je volledig richten op de techniek: de juiste kant van de voet, een goede eerste aanname en de pass in de goede voet van je medespeler.
Van passvorm naar wedstrijd
Passvormen zijn het meest effectief als je ze koppelt aan een vorm met tegenstand. Train eerst het patroon in een passvorm en speel daarna een rondo of positiespel waarin dezelfde pass terugkomt. Zo zien spelers waarom de techniek ertoe doet.
Pass oefeningen per leeftijd
Bij de JO7 tot JO9 werk je met korte afstanden, veel ballen en spelvormen zoals het poortjesspel. Vanaf de JO10 voeg je patronen toe zoals de driehoek en de ruit. Vanaf de JO12 en JO13 train je het tempo van de pass, het spelen in één keer en de lange bal over 20 tot 30 meter.
Oefening 1
Passen in tweetallen
De eenvoudigste passvorm: twee spelers, één bal, en veel herhaling met links en rechts.
- Leeftijd
- JO7 tot senioren
- Spelers
- Tweetallen, elk met een bal
- Duur
- 6 tot 8 minuten
- Veld
- 8 tot 12 meter tussen twee pionnen
Organisatie
- Tweetallen staan tegenover elkaar op 8 meter (JO7 tot JO9) tot 12 meter (vanaf de JO10), elk paar met een bal.
Verloop
- Passen en aannemen met de binnenkant van de voet.
- Na een minuut: aannemen met de ene voet, passen met de andere.
- Daarna in één keer terugspelen.
Coachpunten
- Standbeen naast de bal, met de teen in de richting van je medespeler.
- Raak de bal in het midden met de binnenkant van de voet, enkel vast.
- Aannemen: beweeg je voet licht mee terug, zodat de bal niet wegspringt.
Varianten
- Na elke pass een stap opzij, zodat de pass naast de speler komt.
- Alleen met het zwakkere been.
- Tel het aantal passes in een minuut: welk tweetal haalt de meeste?
Oefening 2
Poortjesspel
Tweetallen passen door zoveel mogelijk kleine poortjes. Speels, intensief en ideaal voor de jongste jeugd.
- Leeftijd
- JO7 tot JO11
- Spelers
- 6 tot 16 spelers in tweetallen
- Duur
- 3 blokken van 2 minuten
- Veld
- 20 × 20 meter met 6 tot 8 poortjes van 1,5 meter
Organisatie
- Zet zes tot acht poortjes van anderhalve meter breed verspreid in een vak van 20 bij 20 meter.
- Spelers werken in tweetallen met één bal.
Verloop
- Een tweetal scoort een punt door de bal door een poortje naar elkaar te passen.
- Na een punt zoeken ze een ander poortje; niet twee keer achter elkaar hetzelfde.
- Welk tweetal heeft na twee minuten de meeste punten?
Coachpunten
- Kijk op: waar is een vrij poortje?
- Medespeler zonder bal: loop al naar de andere kant van het poortje.
- Neem de bal aan in de richting van het volgende poortje.
Varianten
- Alleen passen met links of met de buitenkant.
- Voeg één tikker toe die ballen weg mag tikken.
- Een pass in één keer telt dubbel.
Oefening 3
Passen in beweging
De hele groep in één vak met twee of drie ballen: passen naar een vrije speler en direct weer bewegen.
- Leeftijd
- JO8 tot senioren
- Spelers
- 8 tot 14
- Duur
- 8 tot 10 minuten
- Veld
- 20 × 15 meter
Organisatie
- Alle spelers bewegen vrij door een vak van 20 bij 15 meter. Begin met twee ballen en voeg er later een toe.
Verloop
- De speler met de bal passt naar iemand zonder bal en roept zijn naam.
- Na de pass loopt hij direct naar een vrije ruimte.
- Elke paar minuten een nieuwe opdracht: aannemen met de verre voet, passen in twee balcontacten, of passen in één keer.
Coachpunten
- Ogen omhoog: kies je medespeler voordat de bal bij je is.
- Na de pass niet stilstaan maar wegbewegen, net als in de wedstrijd.
- Maak oogcontact met degene die je aanspeelt.
Varianten
- Niet terugspelen naar de speler van wie je de bal kreeg.
- Twee kleuren hesjes: alleen naar de andere kleur passen.
- Voeg een of twee tikkers toe die ballen mogen onderscheppen.
Oefening 4
Passen in de driehoek
Drie pionnen, passen en meelopen naar de pion waar je naartoe speelt.
- Leeftijd
- JO8 tot senioren
- Spelers
- 4 tot 6 per driehoek
- Duur
- 8 tot 10 minuten
- Veld
- Driehoek met zijden van 8 tot 12 meter
Organisatie
- Drie pionnen in een driehoek. Bij een pion staan twee spelers, bij de andere pionnen één.
Verloop
- De speler met de bal passt naar de volgende pion en loopt zijn pass achterna.
- De ontvanger neemt aan richting de volgende pion en passt verder.
- Na twee minuten draai je de richting om, zodat ook de andere voet aan de beurt is.
Coachpunten
- Open aannemen: draai je lichaam alvast naar de pion waar je naartoe speelt.
- Neem aan met de voet die het verst van de aangever af staat.
- Tempo van de pass: strak genoeg om door te spelen, zacht genoeg om aan te nemen.
Varianten
- Passen in één keer.
- Een tweede bal in het spel als het goed loopt.
- Vergroot de afstand voor oudere spelers, zodat de pass harder moet.
Oefening 5
Middenman: aannemen en draaien
Drie spelers op een lijn: de middelste neemt open aan, draait en speelt door.
- Leeftijd
- JO9 tot senioren
- Spelers
- 3 per groep
- Duur
- 8 tot 10 minuten
- Veld
- 20 meter lang, middenman op 10 meter
Organisatie
- Drie spelers op een rechte lijn, de middenman op tien meter van beide buitenspelers.
Verloop
- Een buitenspeler passt naar de middenman.
- De middenman neemt open aan, draait en passt naar de andere buitenspeler.
- Die speelt de bal weer terug naar de middenman. Wissel na een minuut de middenman.
Coachpunten
- Middenman: kijk over je schouder voordat de bal komt.
- Sta half gedraaid, zodat je in één aanname naar de andere kant kunt.
- Buitenspelers: pass in de voet die het verst van je af staat.
Varianten
- De middenman moet eerst een stap naar de bal toe maken en dan pas aannemen.
- Laat een passieve verdediger achter de middenman staan.
- Middenman speelt soms terug in één keer, op roepen van de aangever.
Oefening 6
Passen in de ruit
Vier pionnen in een ruit: inspelen, kaatsen en doorspelen in een vast patroon.
- Leeftijd
- JO10 tot senioren
- Spelers
- 5 tot 8 per ruit
- Duur
- 10 tot 12 minuten
- Veld
- Ruit met pionnen op 10 tot 14 meter van elkaar
Organisatie
- Vier pionnen in een ruit. Bij de onderste pion staan twee of drie spelers met ballen, bij de andere pionnen één speler.
Verloop
- De eerste speler passt naar links en loopt naar voren.
- De linkerspeler kaatst de bal terug in de loop van de eerste speler.
- Die speelt in één of twee keer diep naar de bovenste speler. Alle spelers schuiven één pion door in de looprichting.
Coachpunten
- Kaatsen: laat de bal tegen een stevige enkel kaatsen, niet hard terugtrappen.
- Start pas na je pass, dan heb je ruimte om de kaatsbal in de loop te nemen.
- Kijk voor de diepe pass of je medespeler klaarstaat.
Varianten
- Spiegel het patroon via de rechterkant.
- De bovenste speler kaatst terug en de bal gaat daarna naar rechts.
- Twee groepen tegelijk vanaf de onder- en bovenkant.
Oefening 7
Kaatsen en diep spelen
Een één-twee gevolgd door een steekpass in de loop van een derde speler.
- Leeftijd
- JO11 tot senioren
- Spelers
- 6 tot 9
- Duur
- 10 tot 12 minuten
- Veld
- 20 × 20 meter
Organisatie
- Een aangever start onderaan, een kaatser staat centraal op tien meter en een loper staat rechts op de flank.
Verloop
- De aangever speelt in op de kaatser en start schuin naar voren.
- De kaatser legt de bal terug in de loop.
- De aangever speelt de bal diep in de loop van de loper, die in de ruimte achter de denkbeeldige verdediging start. Daarna schuift iedereen een positie door.
Coachpunten
- Loper: start op het moment dat de kaatser de bal teruglegt, niet eerder.
- Steekpass voor de loper uit, zodat hij in volle snelheid kan aannemen.
- Kaatser: open staan en de bal zacht en vlak teruggeven.
Varianten
- Spiegel de oefening naar links.
- Laat de loper afronden op een doel met keeper.
- Voeg een verdediger toe die de loper volgt.
Oefening 8
Lange bal in de vier hoeken
Trappen over 20 tot 30 meter: hoog of strak over de grond, naar een vak in de andere hoek.
- Leeftijd
- JO11 tot senioren
- Spelers
- 8 (twee per hoek)
- Duur
- 10 tot 12 minuten
- Veld
- 25 × 25 meter met vakken van 5 × 5 meter in de hoeken
Organisatie
- Vier vakken van 5 bij 5 meter in de hoeken van een veld van 25 bij 25 meter. In elk vak staan twee spelers, één bal per twee vakken.
Verloop
- De speler met de bal trapt naar het volgende vak, met de klok mee.
- De ontvanger neemt de bal aan binnen het vak en trapt verder.
- Na drie minuten tegen de klok in, en daarna diagonaal over het hele veld.
Coachpunten
- Hoge bal: standbeen naast de bal, iets achterover leunen en de bal onder het midden raken met de wreef.
- Strakke bal over de grond: knie boven de bal en raken met de wreef.
- Aannemen: de bal in één beweging dood maken in het vak.
Varianten
- Alleen over de grond trappen voor de JO11 en JO12.
- De bal moet zonder stuit in het vak landen voor een punt.
- Leg een verdediger in het midden die de lage bal mag onderscheppen.