OEFENINGEN
Warming-up voetbal: 8 oefeningen voor training en wedstrijd
De warming-up bepaalt hoe je training of wedstrijd begint. Een goede warming-up maakt spelers fysiek klaar, verlaagt de kans op blessures en zet meteen de toon. Met de bal erbij is het ook nog leuk. Hieronder vind je acht warming-up oefeningen: speelse vormen voor de jeugd, loopscholing en dynamisch rekken voor de oudere jeugd en senioren, en een complete warming-up voor de wedstrijd.
Opbouw van een warming-up voetbal
Begin rustig en bouw de intensiteit stap voor stap op: eerst inlopen en dribbelen, dan loopscholing en dynamisch rekken, en eindig met korte, explosieve acties. Reken op 10 tot 15 minuten voor een training en 15 tot 20 minuten voor een wedstrijd. Bij kou is iets langer opwarmen verstandig.
Warming-up voetbal voor de jeugd
Kinderen tot ongeveer de JO11 hebben geen uitgebreide loopscholing nodig. Tikspelen en dribbelvormen met de bal werken prima: ze worden warm, raken de bal vaak en hebben direct plezier. Vanaf de JO12 en JO13 voeg je loopscholing en dynamisch rekken toe, zodat spelers de routine leren die ze later bij de senioren gebruiken.
Warming-up voetbal voor senioren
Senioren hebben meer baat bij een gestructureerde warming-up: inlopen, loopscholing, dynamisch rekken en daarna een balvorm met toenemende intensiteit. Statisch rekken past beter na de training. Een vaste volgorde helpt: spelers weten wat ze moeten doen en jij kunt de tijd gebruiken om de training klaar te zetten.
Oefening 1
Tikkertje met bal
Iedereen dribbelt, de tikkers jagen. De ideale warming-up voor de jongste jeugd.
- Leeftijd
- JO7 tot JO11
- Spelers
- 8 tot 16, iedereen met een bal
- Duur
- 8 tot 10 minuten
- Veld
- 15 × 15 meter (meer spelers: 20 × 20 meter)
Organisatie
- Alle spelers dribbelen met een bal in een vak. Twee spelers zonder bal zijn tikker en dragen een hesje.
Verloop
- De tikkers proberen dribbelaars aan te tikken.
- Wie getikt is, staat stil met de bal tussen de voeten en wordt bevrijd als een medespeler de bal door zijn benen speelt.
- Wissel elke 90 seconden van tikkers.
Coachpunten
- Bal dicht bij je voet: kleine tikjes met binnen- en buitenkant.
- Kijk op: waar is de ruimte en waar zijn de tikkers?
- Snel van richting veranderen als een tikker dichtbij komt.
Varianten
- De tikkers mogen ballen het vak uit tikken in plaats van spelers aantikken.
- Alleen dribbelen met het zwakkere been.
- Maak het vak kleiner voor meer drukte.
Oefening 2
Dribbelen met opdrachten
Vrij dribbelen in een vak en op een signaal van de trainer een actie maken.
- Leeftijd
- JO7 tot JO13
- Spelers
- 8 tot 16, iedereen met een bal
- Duur
- 6 tot 8 minuten
- Veld
- 15 × 15 meter
Organisatie
- Iedere speler heeft een bal en dribbelt vrij in een vak.
Verloop
- Begin rustig: dribbelen met binnen- en buitenkant, veel richtingsveranderingen.
- Op een signaal voert iedereen een opdracht uit: keren, schijnbeweging, bal stilleggen met de zool of versnellen tot de rand van het vak.
- Verhoog elke minuut het tempo.
Coachpunten
- Na elke actie direct weer versnellen.
- Hoofd omhoog, zodat je niemand raakt.
- Wissel bewust tussen links en rechts.
Varianten
- Spelers roepen zelf de actie die ze maken.
- Op het signaal ballen ruilen met de dichtstbijzijnde speler.
- Twee kleuren pionnen in het vak: bij "rood" naar een rode pion dribbelen.
Oefening 3
Loopscholing met pass
Loopscholing langs een rij pionnen, met een pass op het eind zodat de bal er steeds bij is.
- Leeftijd
- JO12 tot senioren
- Spelers
- 8 tot 20 in twee of drie rijen
- Duur
- 6 tot 8 minuten
- Veld
- Baan van 15 tot 20 meter
Organisatie
- Een baan van 15 tot 20 meter met een paar pionnen. Aan het eind staat een aangever met ballen.
Verloop
- Spelers doen per baan een loopschooloefening: knieheffen, hakken-billen, zijwaarts, kruispassen en huppelen.
- Aan het eind van de baan passen ze een bal van de aangever in één keer terug.
- Rustig terugdribbelen of terugjoggen langs de buitenkant.
Coachpunten
- Rechtop blijven en op de voorvoet landen.
- Armen actief meebewegen.
- Kwaliteit gaat voor snelheid: liever goed uitgevoerd dan snel.
Varianten
- Bouw de intensiteit op: de laatste twee banen eindigen met een korte sprint.
- De aangever gooit de bal hoog, zodat spelers op hun borst of dij moeten aannemen.
- Laat elke rij een eigen speler als voorbeeld nemen.
Oefening 4
Dynamisch rekken in tweetallen
Dynamische rek- en mobiliteitsoefeningen tussen het passen door.
- Leeftijd
- JO12 tot senioren
- Spelers
- Tweetallen met een bal
- Duur
- 6 tot 8 minuten
- Veld
- 10 tot 12 meter tussen twee pionnen
Organisatie
- Tweetallen staan tegenover elkaar op 10 tot 12 meter, elk paar met een bal.
Verloop
- De speler zonder opdracht passt, de andere speler doet een dynamische oefening richting de bal: beenzwaaien voor-achter, beenzwaaien zijwaarts, lunges, heupen open en dicht.
- Na de oefening neemt hij de bal aan en passt terug.
- Wissel na elke oefening van rol.
Coachpunten
- Rustig en gecontroleerd: dynamisch rekken is geen stretchen tot het pijn doet.
- Grotere bewegingen naarmate je warmer wordt.
- Blijf ook tussen de oefeningen in beweging.
Varianten
- Leg de rek-oefeningen vast op een kaartje dat bij de pionnen ligt.
- Laat een aanvoerder de oefeningen voordoen.
- Eindig met vijf passes in één keer op hoog tempo.
Oefening 5
Coördinatie met ladder en slalom
Voetenwerk door een loopladder, daarna een slalom en een kaatsbal.
- Leeftijd
- JO9 tot senioren
- Spelers
- 6 tot 12 per baan
- Duur
- 8 tot 10 minuten
- Veld
- Loopladder, drie slalompionnen en een aangever, baan van 22 meter
Organisatie
- Een loopladder (of lijnen met pionnen), drie pionnen voor een slalom en een aangever aan het eind.
Verloop
- Spelers doen een voetenwerkpatroon door de ladder: één voet per vak, twee voeten per vak, zijwaarts.
- Na de ladder lopen ze de slalom.
- Aan het eind speelt de aangever een bal die ze in één keer terugkaatsen. Terugjoggen langs de buitenkant.
Coachpunten
- Klein en snel stappen, op de voorvoet.
- Armen meebewegen en rechtop blijven.
- Na de slalom niet vertragen: snel klaar voor de kaatsbal.
Varianten
- Na de ladder een korte sprint van vijf meter in plaats van de slalom.
- Slalom met bal voor de jongere jeugd.
- Twee banen naast elkaar als wedstrijdje.
Oefening 6
Warming-up rondo 6 tegen 2
Een rondo in een groot vak met weinig druk: warm worden met veel balcontacten.
- Leeftijd
- JO10 tot senioren
- Spelers
- 8 per groep
- Duur
- 8 tot 10 minuten
- Veld
- 14 × 14 meter
Organisatie
- Vak van 14 bij 14 meter. Zes spelers aan de rand, twee in het midden.
Verloop
- De buitenspelers houden de bal rond, de middenspelers jagen op halve snelheid.
- Wissel elke minuut van middenspelers, ongeacht wie de bal verliest.
- Verhoog in de laatste minuten het tempo: twee balcontacten en volle druk.
Coachpunten
- Rustig beginnen: het doel is warm worden, niet winnen.
- Na elke pass bewegen langs de lijn.
- Middenspelers: lopen, niet sprinten in de eerste minuten.
Varianten
- Een tweede bal in het spel voor meer balcontacten.
- Laat de middenspelers alleen onderscheppen, niet tackelen.
- Maak het vak kleiner als de intensiteit omhoog moet.
Oefening 7
Reactiesprints in tweetallen
Korte, explosieve sprints op een signaal. Het slot van elke warming-up.
- Leeftijd
- JO8 tot senioren
- Spelers
- Tweetallen
- Duur
- 4 tot 6 minuten
- Veld
- 10 meter, met een pion op 5 meter aan beide kanten
Organisatie
- Tweetallen staan tegenover elkaar in het midden, met aan beide kanten op vijf meter een pion.
Verloop
- De trainer roept "links" of "rechts", of één van de twee rollen: tikker of vluchter.
- De vluchter sprint naar zijn pion, de tikker probeert hem voor de pion te tikken.
- Rustig teruglopen en na 20 tot 30 seconden de volgende sprint.
Coachpunten
- Klein en laag starten, de eerste passen kort en krachtig.
- Kijk naar de trainer, niet naar je tegenstander.
- Rust tussen de sprints: kwaliteit gaat voor aantal.
Varianten
- Start vanuit zit, lig of met de rug naar elkaar.
- De trainer gooit een bal in plaats van te roepen; wie de bal pakt, mag vluchten.
- Maak de afstand groter voor oudere spelers.
Oefening 8
Wedstrijdwarming-up in 20 minuten
Een vaste wedstrijdroutine in drie stations: passen, rondo en schieten op de keeper.
- Leeftijd
- JO11 tot senioren
- Spelers
- Hele selectie inclusief keepers
- Duur
- 15 tot 20 minuten
- Veld
- Halve veld met drie stations
Organisatie
- Drie stations op het halve veld: tweetallen passen, een rondo en schieten op de keeper. De keeper warmt eerst apart op.
Verloop
- Minuut 0 tot 6: inlopen, loopscholing en dynamisch rekken als groep.
- Minuut 6 tot 15: in groepjes langs de drie stations, drie minuten per station.
- Minuut 15 tot 20: korte sprints en reactie-oefeningen, daarna de laatste aanwijzingen.
Coachpunten
- Houd elke week dezelfde volgorde aan; dat geeft rust voor de wedstrijd.
- Bouw de intensiteit op: de laatste minuten op wedstrijdtempo.
- Stop een paar minuten voor de aftrap, zodat spelers kunnen drinken en zich omkleden.
Varianten
- Bij kou een paar minuten langer inlopen en loopscholing doen.
- Bij een klein veld: passen en rondo combineren in één station.
- Voor de jeugd: vervang de loopscholing door een tikspel met bal.